De geschiedenis van Collodion Fotografie

In 1851 maakte Frederick Scott Archer melding van het collodion proces in de maart-uitgave van het tijdschrift ‘The Chemist”. Er bestonden toen twee verschillende technieken, respectievelijk Daguerrotype en Calotype.

Archer’s methode adapteerde het gebruik van collodion als binder voor de zilverjodides. Collodion, een mengsel van voorbewerkt katoen met gelijke delen ether en katoen, was enige jaren daarvoor ontdekt door Louis Menard. Het bleek uitermate geschikt als film. In Archer’s originele recept werd er kaliumjodide toegevoegd. Wanneer men dan een gecoate glasplaat met gezouten collodion in een bad met zilvernitraat deed, vormde zich een laag zilver op en onder het oppervlak van de collodion. De bewerkte plaat werd daarna belicht en direct ontwikkeld en gefixeerd. De introductie van de bromiden rond 1850 hielpen om de gevoeligheid van de tonen te ontwikkelen. Er werd IJzer II sulfaat toegevoegd aan de ontwikkelaar.

Dit alles moest gebeuren als de plaat nog nat was, vandaar de bijnaam ‘wetplate’.

Fotografen ontdekten dat door de lichte kleur in het metalige zilver, onderbelichte negatieven opkwamen als positieve beelden, die versterkt werden door ze tegen een donkere achtergrond te houden. Deze beelden werden ambrotypes genoemd. Luxe varianten werden op donker glas gemaakt. Dezelfde techniek op donker gemaakte ijzeren platen worden ferrotypes genoemd. Later werden ze ook wel tintypes genoemd.

Al gauw kwamen er standaardmaten in inches, van klein naar groot, om de maat van de foto aan te geven. Met het groter worden van de film werd de behoefte naar grotere en lichtgevoelige lenzen groter. Een beroemd lens-ontwerp, typisch voor wetplate, is de Petzval lens met zijn ragdunne scherptediepte, ontworpen door een Hongaar, Joseph Petzval halverwege de 19de eeuw. Daarna werden er andere lens-configuraties ontworpen waarvan de meeste nog steeds gebruikt worden. Met de komst van de film eind 19e eeuw moest collodion het veld ruimen. Dit was met name doordat men voortdurend op zoek was naar hogere snelheid van de film en lagere kosten; fotografie moest toegankelijk worden voor de gewone mens. Film was 100x sneller en vele malen makkelijker en goedkoper.

Leuk om te weten is dat de norm ASA wel op collodion fotografie gebaseerd is. Collodion is ongeveer ASA 1 en film was 100x sneller. Een ander leuk feit is dat wetplate rond 1950 nog gebruikt werd voor reproducties vanwege de enorme hoge resolutie.